De heilige van Ferwert – een literaire parel

 

Door Redactie Amsterdams Stadsblad op zondag 26 mei 2024, 10:33 uur roman

 

 

AMSTERDAM – Op 5 juli a.s.van verschijnt de nieuwe roman van Neerlandicus Jan Heutink. 'De heilige van Ferwert' wordt het zesde boek van deze veelzijdige auteur. Eerder schreef hij 'Van oude mannen (en de dingen die nog komen)', 'Solwaster & Over het zoute land', 'Oponthoud in het verkeer', 'Vertraagde woede' en 'n Kleine coronaroman'. Heutink wordt geroemd om zijn rijke woordenschat, fraaie schrijfstijl en verhalend vermogen. Zijn verhalenbundel, 'Vertraagde Woede', werd in 2022 genomineerd voor de J.M.A. Biesheuvelprijs.

 

Opnieuw weet Heutink te boeien met zijn nieuwe literaire parel. 'De heilige van Ferwert' is geen leerstellig stuk, het is een roman, waarin de (literair geschoolde) lezer geconfronteerd wordt met vragen waarop hij/zij/het zelf een antwoord moet geven. Een must read voor iedere lezer die geïnteresseerd is in vragen rond dood en leven en mogelijk eveneens in paranormale verschijnselen.

 

 

Deze nieuwste roman van Heutink speelt zich af in het Friese Ferwert, waar een man zwaar gewond in het ziekenhuis belandt. Na zijn operatie­ besluiten de artsen hem in een kunstmatige coma te brengen. Tijdens de comadagen herbeleeft hij delen van zijn verleden, maar hij komt ook in aanraking met andere werelden. Later interpreteren hij en een aantal anderen dat het hier om bijna-doodervaringen ging. Maar bestaat dit fenomeen?

 

Met humor en door de ogen van verschillende personages met wie de man te maken heeft wordt er over zijn belevenissen het jaar erna gesproken. Ook wordt er een middeleeuws document vertaald dat verwijst naar een vroege (5de-eeuwse?) bijna-doodervaring. Het boek is opgedeeld in een drietal delen, waarvan de eerste en laatste in de derde persoon zijn geschreven en deel 2 vanuit een ik-perspectief. Alleen die constructie is uiterst kunstig ingestoken en geven het verhaal een extra dimensie.

 

Heutink ziet kans om niet alleen een uiterst boeiend verhaal te vertellen, maar zijn personages ook uitstekend te karakteriseren. Personages die enerzijds haast alledaags zijn, maar toch stuk voor stuk iets bijzonder herbergen.

Kortom, Heutink is er opnieuw in geslaagd een bijzonder boeiende roman af te leveren die de harten van de liefhebbers van gelaagde, zeer goed geschreven literatuur houden, zeker zal weten te veroveren.

 

 

 

“Was Reitsma werkelijk uit zijn lijf getreden of had hij dat slechts gedroomd?”

Na een ongeluk in het Friese Ferwert belandt een man zwaar gewond in het ziekenhuis. Na zijn operatie­ besluiten de artsen dat het verstandig zou zijn hem in een kunstmatige coma te brengen. Tijdens de comadagen herbeleeft hij delen van zijn verleden, maar hij komt ook in aanraking met andere werelden. Later interpreteren hij en een aantal anderen dat het hier om bijna-doodervaringen ging. Maar bestaat dit fenomeen?

Met humor en door de ogen van verschillende personages met wie de man te maken heeft wordt er over zijn belevenissen het jaar erna gesproken. Ook wordt er een middeleeuws document vertaald dat verwijst naar een vroege (5de-eeuwse?) bijna-doodervaring.

 

Deze roman is geen leerstellig stuk, het is een roman. Wel wordt de (literair geschoolde) lezer geconfronteerd met vragen waarop hij/zij/het zelf een antwoord moet geven. Doelgroep is iedere lezer die geïnteresseerd is in vragen rond dood en leven en mogelijk eveneens in paranormale verschijnselen.

Er zijn drie delen: delen 1 en 3 zijn geschreven in de derde persoon; deel 2 vanuit een ik-perspectief.

 

Recensies

Lieven Vandekerckhove uit Leuven

In het Friese dorpje Ferwert wordt Wolter Reitsma, al vroeg met de fiets onderweg, door David Hille van de weg gereden. In haast op weg naar een belangrijke vergadering op het ministerie van Buitenlandse zaken, heeft Hille geen tijd om zich om het slachtoffer te bekommeren, en pleegt vluchtmisdrijf. Reitsma wordt zwaar gewond door passanten aangetroffen. Hij ondergaat een lange operatie, en wordt nadien in een kunstmatige coma gehouden. Dan begint bij hem een rits van uittredingen (‘Het licht trok sterker en sterker, alsof het een magneet bevatte. Omgekeerde zwaartekracht. En Reitsma liet zich meevoeren’). Vanuit een wolk ziet hij hoe de artsen hem opereren.

 

Heutink beschrijft de ontmoetingen die Reitsma tijdens de coma heeft met zijn alter ego, gemakshalve ‘het wezen’ genoemd, met wie hij terugblikt op zijn leven. Wanneer Reitsma al eens ontwaakt uit zijn comateuze toestand, beweert hij dat hij de hemel gezien heeft.

 

 

Een rits protagonisten worden door Heutink opgevoerd, die alle vanuit hun relatie tot Reitsma (diens echtgenote Nienke, zoon Willem, dochter Fieke en schoonzoon Ijsbrand), of hun relatie tot elkaar (Hille en zijn echtgenote Janine, de arts Stef Hardenberg en zijn liefje Suzanne), het fenomeen bijna-doodervaring bespreken en hun eigen tegengestelde opvattingen daarover uiten. Die gesprekken lezen niet altijd verfrissend omdat de auteur zich uitput in de verwerking van het vele materiaal dat hij over het onderwerp ‘bijna-doodervaring’ verzameld heeft tijdens de research die aan het schrijven van het boek voorafgegaan is: keer op keer laat hij zijn protagonisten vertellen – en helaas herhalen – wat de bijna-doodervaringen zoal inhouden, en onder elkaar redetwisten over de realiteit ervan. Het informatieve karakter van deze bladzijden knaagt aan het romankarakter van het boek. Wat dan anderzijds wél weer aan de roman in het boek gestalte geeft, is de beschrijving van de persoonlijke relaties tussen enkele protagonisten, op de eerste plaats de vervreemding tussen Reitsma en Nienke, die het op de duur te moeilijk krijgt met de verandering die zich in het leven van haar man, de ‘heilige’ van Ferwert, na de coma voltrekt (ietwat geforceerd, want niet nader toegelicht lijkt me de verzoening tussen die twee op het einde van het boek), maar bijvoorbeeld ook nog de verboden liefde tussen Stef en Suzanne.

 

 

Het mag de Vlaming niet verrassen dat hij enigszins moet wennen aan het Nederlands van Heutink, dat een Hollands cachet heeft (‘het een is van grotere importantie dan het andere’, ‘als de ziel zijnvleugels verliest’, ‘de uniciteit van het plattelandsleven’, ‘we zijn ongelijk aan God’, de mantra, de stort, etc.). Wat zijn stijl betreft, kan nog opgemerkt worden dat het gebruik van het tegenwoordig deelwoord om een bijzin te vervangen, hier en daar wat oubollig klinkt (‘de twee bolhoeden dragende stripfiguren uit Kuifje’ , ‘zij aan de whisky nippend, ik het glas legend’).

 

 

Ongewoon is verder dat de auteur regelmatig uit het verhaal treedt en zijn eigen vragen over de bijna-doodervaring formuleert. Hoofdstuk 24 is zelfs helemaal aan zulke onderbreking gewijd. Mij stoorde dat enigszins wel, maar dat maakt er het boek niet minder verdienstelijk om.

 

Biblion, Nederlandse Bibliotheekcentrale

 

De heilige van Ferwert, Een roman over de impact van een bijna-doodervaring. Na een ernstig ongeluk in het Friese Ferwert belandt een

 

man zwaar gewond in het ziekenhuis. Na een operatie wordt hij in een kunstmatige coma gebracht. Gedurende deze periode herbeleeft hij momenten uit zijn verleden. Daarnaast ervaart hij andere werelden, die hij en anderen om hem heen interpreteren als bijna-doodervaringen. Het verhaal volgt zijn ervaringen en de interpretaties daarvan door de ogen van verschillende personages in het jaar na het ongeluk. Luchtig, speels en met gevoel voor taal geschreven. Met enkele kleine illustraties, twee in kleur en een in zwart-wit. Geschikt voor een brede tot literaire lezersgroep.

 

Jitske Kingma-Postma uit Leeuwarden schreef:

 

Mijn leesbeleving:

Een zeer indrukwekkende, hartverscheurende, humoristische, spirituele en leerzame leeservaring over het onderwerp een Bijna-Dood-Ervaring. Vanuit diverse perspectieven en meningen. Meningen die onderzocht worden om onderbouwd te worden. Wat dit verhaal zo krachtig maakt en boeiend houdt is dat diverse personages vanuit de ik persoon hun eigen gedachten geven met de lezer. De personages komen meerdere malen aan het woord. Dit wordt duidelijk aangegeven boven ieder hoofdstuk. Voor mij voelde het alsof ik in de hoofden van deze personages kroop en hun gedachten en gevoelens werden daadwerkelijk de mijne.

De diversiteit aan perspectief bij zowel slachtoffer, dader, medici, de recherche, de vrouw van en een zeer interessante en intrigerende vertelling uit de oudheid met prachtige illustraties maken dat ik volledig verdween in dit verhaal en het met al mijn zintuigen beleefde.

 

Het is een verhaal dat letterlijk en figuurlijk uit het leven gegrepen lijkt. Wat ik ook zo knap vond dat Jan Heutink erin geslaagd is de diepgewortelde culturele, religieuze en daarbij het karakter en gedrag beïnvloedende van de mensen in Friesland. Ikzelf ben een oprjochte Friezin en ik herkende en doorvoelde dit. Jan Heutink brengt het generationele erfgoed van de Friezen en de grond waarop zij leven voel en tastbaar naar voren.

 

Dit verhaal is informerend, leerzaam en laat je door de visies vanuit diverse hoeken zelf je mening vormen over een Bijna-Dood-Ervaring. Persoonlijk geloof ik in een leven na de dood en ook in het fenomeen Bijna-Dood-Ervaring. Dit steunt mij en maakt dat ik niet bang ben voor de dood. Het hoort immers bij het leven.

De personages zijn gedetailleerd uitgewerkt, gaan de dialoog met elkaar aan op een verdiepende, emotionele, liefdevolle, leerzame, humoristische en intrigerende wijze. Ze maken allemaal een duidelijke ontwikkeling door. Ik vindt vergeving voor daden die het daglicht niet kunnen verdragen ontzettend knap. Ik zou het zelf niet kunnen. Niet dat ik een haatdragend type ben maar ik vindt dat daden waarbij letsel wordt veroorzaakt moeten worden bestraft. Te meer omdat iemand dan inzichten krijgt dat zoiets echt niet kan en er wellicht voor een volgende keer lering uittrekt.

 

Jan Heutink schrijft op een prettige, beeldende en metaforische wijze. Ik merkte tijdens het lezen dat hij zich terdege verdiept heeft in het onderwerp. En het dan vanuit zoveel diverse horen belichten vind ik bewonderingswaardig.

In de plot komen alle verhaallijnen samen. Het nawoord met daarin de literatuur waaruit dit verhaal mede voortkwam vind ik een waardevolle aanvulling.

 

Ik lees en recenseer graag meer van Jan Heutink.

Mijn beoordeling:

 

Ik geef 5 sterren.

Dit is een overtuigend en geloofwaardig verhaal. Met veel vaart, diepgang, humor en beeldend beschreven. Vanuit diverse optiek en personages geschreven maken dat je geboeid door blijft lezen.

Mijn complimenten aan Jan Heutink.

 

In het Friese dorpje Ferwert wordt Wolter Reitsma, al vroeg met de fiets onderweg, door David Hille van de weg gereden. In haast op weg naar een belangrijke vergadering op het ministerie van Buitenlandse zaken, heeft Hille geen tijd om zich om het slachtoffer te bekommeren, en pleegt vluchtmisdrijf. Reitsma wordt zwaar gewond door passanten aangetroffen. Hij ondergaat een lange operatie, en wordt nadien in een kunstmatige coma gehouden. Dan begint bij hem een rits van uittredingen (‘Het licht trok sterker en sterker, alsof het een magneet bevatte. Omgekeerde zwaartekracht. En Reitsma liet zich meevoeren’). Vanuit een wolk ziet hij hoe de artsen hem opereren.

 

Heutink beschrijft de ontmoetingen die Reitsma tijdens de coma heeft met zijn alter ego, gemakshalve ‘het wezen’ genoemd, met wie hij terugblikt op zijn leven. Wanneer Reitsma al eens ontwaakt uit zijn comateuze toestand, beweert hij dat hij de hemel gezien heeft.

 

 

Een rits protagonisten worden door Heutink opgevoerd, die alle vanuit hun relatie tot Reitsma (diens echtgenote Nienke, zoon Willem, dochter Fieke en schoonzoon Ijsbrand), of hun relatie tot elkaar (Hille en zijn echtgenote Janine, de arts Stef Hardenberg en zijn liefje Suzanne), het fenomeen bijna-doodervaring bespreken en hun eigen tegengestelde opvattingen daarover uiten. Die gesprekken lezen niet altijd verfrissend omdat de auteur zich uitput in de verwerking van het vele materiaal dat hij over het onderwerp ‘bijna-doodervaring’ verzameld heeft tijdens de research die aan het schrijven van het boek voorafgegaan is: keer op keer laat hij zijn protagonisten vertellen – en helaas herhalen – wat de bijna-doodervaringen zoal inhouden, en onder elkaar redetwisten over de realiteit ervan. Het informatieve karakter van deze bladzijden knaagt aan het romankarakter van het boek. Wat dan anderzijds wél weer aan de roman in het boek gestalte geeft, is de beschrijving van de persoonlijke relaties tussen enkele protagonisten, op de eerste plaats de vervreemding tussen Reitsma en Nienke, die het op de duur te moeilijk krijgt met de verandering die zich in het leven van haar man, de ‘heilige’ van Ferwert, na de coma voltrekt (ietwat geforceerd, want niet nader toegelicht lijkt me de verzoening tussen die twee op het einde van het boek), maar bijvoorbeeld ook nog de verboden liefde tussen Stef en Suzanne.

 

 

Het mag de Vlaming niet verrassen dat hij enigszins moet wennen aan het Nederlands van Heutink, dat een Hollands cachet heeft (‘het een is van grotere importantie dan het andere’, ‘als de ziel zijnvleugels verliest’, ‘de uniciteit van het plattelandsleven’, ‘we zijn ongelijk aan God’, de mantra, de stort, etc.). Wat zijn stijl betreft, kan nog opgemerkt worden dat het gebruik van het tegenwoordig deelwoord om een bijzin te vervangen, hier en daar wat oubollig klinkt (‘de twee bolhoeden dragende stripfiguren uit Kuifje’ , ‘zij aan de whisky nippend, ik het glas legend’).

 

 

Ongewoon is verder dat de auteur regelmatig uit het verhaal treedt en zijn eigen vragen over de bijna-doodervaring formuleert. Hoofdstuk 24 is zelfs helemaal aan zulke onderbreking gewijd. Mij stoorde dat enigszins wel, maar dat maakt er het boek niet minder verdienstelijk om.